Als sociaal-cultureel werker begin je zelden aan iets zonder verwachtingen. Je ziet een knelpunt, je voelt urgentie, je gelooft dat het anders en beter kan. Je denkt na over een aanpak, over een traject, over hoe je stap voor stap verandering kan brengen – samen met anderen.
Zo begonnen wij ook aan het project MobiMaatWerkers in Zottegem. Met goesting en overtuiging, en ergens het stille vertrouwen dat dit project wel zin moest hebben.
Tot het even anders bleek.
Het project in een notendop
Wij, Bert en Sofie, gingen daarvoor naar Sint-Goriks-Oudenhove. Dat is een landelijke deelgemeente van Zottegem.
We merkten dat inwoners het soms moeilijk hebben om zich op een milieuvriendelijke manier te verplaatsen naar het centrum van Zottegem. Het openbaar vervoer is niet altijd handig, de afstanden zijn groot en er zijn weinig andere mogelijkheden, of ze zijn niet voor iedereen toegankelijk.
Ons doel was niet om meteen met dé perfecte oplossing te komen. We wilden vooral samen met de inwoners nadenken over wat mogelijk is. Hoe kunnen mensen zich op een eerlijke en milieuvriendelijke manier verplaatsen van en naar Zottegem?
We kozen voor een traject in verschillende stappen. Eerst luisteren naar verhalen en ervaringen van de inwoners. Daarna samen nadenken en dromen over mogelijke oplossingen. Tot slot proberen om één van die ideeën ook echt uit te werken en in de praktijk te brengen.
Dat leek ons een mooi stappenplan, succes gegarandeerd. Maar achteraf gezien was het misschien wel iets té mooi.
Botsing met de realiteit
Al vroeg in het project begon het te wringen. Tijdens het eerste praatcafé voelden we dat het enthousiasme bij dorpsbewoners beperkt was, slechts vier deelnemers. Maar geen probleem. Als de bewoners niet tot bij ons komen, gaan wij toch gewoon tot bij hen. Zo gingen we deur-aan-deur bij iedereen langs. We bevroegen individuen en lanceerden nog een online bevraging voor wie we niet konden bereiken. Samen met collega’s uit andere organisaties verzamelden we zo behoorlijk wat input.
En toch bleef het gevoel knagen: het probleem dat wij meenden te zien, werd niet als probleem ervaren door de mensen voor wie we het project opgezet hebben. Dat onderbuikgevoel bleek geen toeval want tijdens onze volgende publieke activiteit konden we letterlijk geen enkele dorpsbewoner aantrekken, ondanks een zeer grote wervingscampagne.
Het project werd stopgezet, na heel wat inzet, maar zonder tastbare resultaten. Dat het werk van een sociaal-cultureel werker niet elke dag aanvoelt als een walk in the park, hoefde je ons die dag niet meer te vertellen.
Waren alle inspanningen dan voor niets?
Een project stopzetten voelt niet goed. Zeker niet als je er zo veel tijd, energie en hoop in hebt gestoken. Toch vonden we het te makkelijk om dit hoofdstuk simpelweg af te sluiten. Dus stelden we ons een andere vraag: wat als dit project wél iets heeft opgeleverd, maar niet op de manier die we vooraf hadden verwacht? Wat als de inzichten zelf het resultaat zijn? En wat als we die inzichten niet voor onszelf houden, maar teruggeven aan de samenleving – aan collega’s, burgers, professionals?
(Waar botsten we eigenlijk op?)











